begeerlijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·geer·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen begeerlijk begeerlijker begeerlijkst
verbogen begeerlijke begeerlijkere begeerlijkste
partitief begeerlijks begeerlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

begeerlijk [1]

  1. van iets dat je het graag zou willen hebben, van iets dat het hebzucht opwekt
    • De dvd-box met een groot aantal films van Woody Allen was te begeerlijk om op een vergeten schap in de winkel te laten wegkwijnen. Weliswaar had ik al een aantal titels in mijn bezit – dat is de pest van die verzamelboxen – maar er waren ook minder bekende films bij die ik lang geleden had gezien.[2]  
    • Chipmaker Qualcomm koopt branchegenoot NXP voor 43 miljard euro. Het Nederlandse bedrijf werd zelf begeerlijk dankzij slimme overnames . [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Frits Abrahams 30 maart 2017
  3. NRC 27 oktober 2016