contener
Uiterlijk
- IPA: /kon.teˈneɾ/
- con·ten·er
contener
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| contener |
contenía |
contenido |
| volledig | ||
- overgankelijk bevatten, omvatten, inhouden, behelzen
- bedwingen, onderdrukken, tegenhouden, inhouden, in bedwang houden
- [1] comprender
- [2] reprimir