bedwong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dwong

Werkwoord

vervoeging van
bedwingen

bedwong

  1. enkelvoud verleden tijd van bedwingen
    • Ik bedwong. 
    • Jij bedwong. 
    • Hij, zij, het bedwong.