gebaseerd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ba·seerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
baseren

gebaseerd

  1. voltooid deelwoord van baseren
stellend
onverbogen gebaseerd
verbogen gebaseerde
partitief gebaseerds

Bijvoeglijk naamwoord

gebaseerd

  1. goed beargumenteerd
    Het advies, gegrond op de schoolresultaten die het kind de afgelopen zes jaar heeft behaald, is, zo mag worden aangenomen, een gebaseerd advies, dat wordt afgesloten met een geschiktheidsverklaring, ondertekend door een onderwijzer.[1]
  2. als tweede deel van samenstellingen gemaakt met; voortbouwend op
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. "Ouders voor beslissing: Wat gaat kind na de lagere school doen? " in: Leeuwarder Courant jrg. 214 nr. 114 (18 mei 1965); p. 13 kol. 6; geraadpleegd 2016-10-06