bagagedrager
Uiterlijk

- Geluid: bagagedrager (hulp, bestand)
- IPA: / ba'ɣaʒədraɣər / (5 lettergrepen)
- ba·ga·ge·dra·ger
- samenstelling van bagage en drager
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bagagedrager | bagagedragers |
| verkleinwoord | bagagedragertje | bagagedragertjes |
de bagagedrager m
- een rek op de fiets (of andere tweewieler) waarop bagage bevestigd kan worden
- Mijn bagagedrager is momenteel kapot en moet gerepareerd worden.
- De jongen fietste terwijl het meisje in amazonezit op de bagagedrager zat.
- Het woord bagagedrager staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bagagedrager" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %