Gepäckträger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /gəˈpɛktʀɛːgɐ/
Woordafbreking
  • Ge·päck·trä·ger

Zelfstandig naamwoord

Gepäckträger m

  1. kruier
  2. bagagedrager (b.v. op een fiets)
Verbuiging