amazonezit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

twee danes in amazonezit
Uitspraak
Woordafbreking
  • ama·zo·ne·zit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord amazonezit
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

amazonezit m [1]

  1. zitten op een zadel met de beide benen aan één kant van het paard of rijwiel (als passagier)
    • Michael Killian: Een zijwaartse fiets is misschien niet logisch of praktisch. Zie het maar als een kunstwerk.” Je kunt erop zitten in de amazonezit. Ideaal voor vrouwen met opwaaiende en opkruipende zomerjurken die niet in het kruis gekeken willen worden door blij grijzende tegenliggers.[2] 
Antoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Hille Takken 2 augustus 2011