azote

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·zo·te
enkelvoud meervoud
azote azotes

Zelfstandig naamwoord

azote m

  1. zweep, gesel
  2. zweepslag
  3. onheil, ramp
Verwante begrippen
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
azotar

azote

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van azotar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van azotar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van azotar