zweepslag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweep·slag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zweepslag zweepslagen
verkleinwoord zweepslagje zweepslagjes

Zelfstandig naamwoord

zweepslag m

  1. slag met een zweep
  2. plotselinge en heftige spierpijn in een kuit
    • Na het turnen kreeg het meisje last van een zweepslag. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie