Naar inhoud springen

authenticiteit

Uit WikiWoordenboek
  • au·then·ti·ci·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord authenticiteit authenticiteiten
verkleinwoord - -

deauthenticiteitv

  1. het authentiek zijn
     en worden uitgewisseld met vrienden, familie en soms grote politieke spelers als Caesar, Pompeius en Brutus, al twijfelen sommigen aan de authenticiteit van de briefwisseling met Brutus.[2]
     Die had zich volgens Jaspers te zeer verlaten op de authenticiteit als een puur individueel en innerlijk proces, in plaats van als een ontwikkeling die in dialoog met andere mensen wordt gevoed.[3]
  2. (filosofie) de mate waarin iemand trouw is aan zijn eigen persoonlijkheid, geest, of karakter, ondanks externe impulsen
96 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[5]