authenticiteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·then·ti·ci·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord authenticiteit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

authenticiteit v [1]

  1. het authentiek zijn
  2. (filosofie) de mate waarin iemand trouw is aan zijn eigen persoonlijkheid, geest, of karakter, ondanks externe impulsen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen