asymptoot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • asymp·toot
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘lijn die nooit door kromme geraakt wordt’ voor het eerst aangetroffen in 1775 [1]
  • Ontleend aan het Neolatijnse asymptotus, van het Oudgriekse ἀσύμπτωτος ("die niet kan samenvallen").
enkelvoud meervoud
naamwoord asymptoot asymptoten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

asymptoot m

  1. (wiskunde) een lijn die door een kromme of functie willekeurig dicht benaderd wordt, maar deze nooit raakt. De limiet naar oneindig van een functie
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen