aspect

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·pect
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanzicht, uitzicht in de toekomst, verschijningsvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord aspect aspecten
verkleinwoord aspectje aspectjes

Zelfstandig naamwoord

aspect o

  1. kant of zijde waar je naar kijkt (aan een kwestie of object)
    • Er is nog een ander belangrijk aspect aan deze zaak. 
    • Dit probleem kent vele aspecten, waarvan sommige conflicteren 
     Maakt dit nog iets uit in jullie keuze, of gaat het enkel om het prijstechnische aspect?[2]
     De achterliggende gedachte hiervan is het kweken van een financiële buffer waarmee wij belangrijke aspecten als veiligheid en hygiëne in talrijke hotels kunnen bevorderen.[2]
  2. visie
    • Een aspect dat meegewogen moet worden, is uw mening 
    • Een aspect dat uw aandacht verdient 
  3. (astrologie) relatieve positie van hemellichamen zoals ze voor een waarnemer op aarde verschijnen; de hoekrelatie tussen punten in een horoscoop
    • Venus en Mars maken een gunstig aspect van 120 graden in mijn geboortehoroscoop. 
    • Mercurius maakt in deze horoscoop de meeste aspecten met andere planeten. 
  4. (taalkunde) werkwoordsvorm gebruikt om de opeenvolging van gebeurtenissen uit te drukken
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
aspect aspects

Zelfstandig naamwoord

aspect

  1. aspect