archetype

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·che·ty·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘oerbeeld’ voor het eerst aangetroffen in 1768 [1]
  • uit het Grieks [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord archetype archetypen, archetypes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

archetype o

  1. oermodel dat ten grondslag ligt aan latere varianten
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

Engels

Woordafbreking
  • ar·che·ty·pe

Zelfstandig naamwoord

archetype

  1. archetype; oermodel dat ten grondslag ligt aan latere varianten.