stramien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stra·mien
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘patroon, model’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1898 [1]
  • In de betekenis van ‘weefsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1555 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord stramien stramienen
verkleinwoord stramientje stramientjes

Zelfstandig naamwoord

stramien o

  1. model, patroon.
  2. een grof weefsel van stevige draden, gebruikt als ondergrond voor het borduren.

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen