apuro

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·pu·ro
enkelvoud meervoud
apuro apuros

Zelfstandig naamwoord

apuro m

  1. moeilijkheid
  2. gebrek, nood
  3. verlegenheid
  4. gejaagdheid, haast
Synoniemen

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
apurar

apuro

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van apurar