appeltaart

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een appeltaart.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pel·taart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord appeltaart appeltaarten
verkleinwoord appeltaartje appeltaartjes

Zelfstandig naamwoord

appeltaart m

  1. (voeding) gebak gevuld met stukjes vruchten van de appelboom
    • Er was appeltaart en de kinderen droegen stukjes voor: er was een lunch en een passend cadeau.[3] 
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • zelfs in de lekkerste appeltaart zit wel een pit
op alles valt wel iets aan te merken
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen