fietsairbag
Uiterlijk
- Geluid: fietsairbag (hulp, bestand)
- IPA: / ˈfitsɛːrbɛːk / (3 lettergrepen)
- fiets·air·bag
- samenstelling van fiets zn en airbag zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fietsairbag | fietsairbags |
| verkleinwoord |
de fietsairbag m
- airbag aan de voorkant van een auto die dient om een fietser tijdens een botsing te beschermen
- ▸ Fietsairbag: beetje hoofdpijn, meer niet[1]
- ▸ Volgens De Padt kunnen oplossingen worden gezocht bij gedragsverandering door sensibilisering, infrastructuuraanpassingen en vernieuwingen aan wagens waarbij de botsvriendelijkheid van wagens kan worden verbeterd - door gebruik van zachte materialen en fietsairbags - en veiligheidstechnologieën ingebouwd.[2]
- Het woord fietsairbag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Fietsairbag: beetje hoofdpijn, meer niet” (Vrijdag 9 november 2012, 11:50), NOS - ↑
Weblink bron “Jaarlijks zo'n 7.700 ongevallen met fietsers in België” (06/03/2011), De Standaard