retraite

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·trai·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het terugtrekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1581 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord retraite retraites
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

retraite v

  1. afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen