afstandsbediening

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·stands·be·die·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afstandsbediening afstandsbedieningen
verkleinwoord afstandsbedieninkje afstandsbedieninkjes

Zelfstandig naamwoord

afstandsbediening v

  1. een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurt
    De batterij van de afstandsbediening was weer eens leeg.
Vertalingen