accommoderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·com·mo·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanpassen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1582 [1]
  • van Frans accommoder [2]

Werkwoord

accommoderen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
accommoderen
accommodeerde
geaccommodeerd
zwak -d volledig
  1. gelegenheid bieden voor een bepaalde activiteit
    • Blok legt zich dus neer bij het verzoek van de Kamer "de verbouwing van het Binnenhof niet te verstoren door het accommoderen van Prinsjesdag op een weinig feestelijk Binnenhof." Het is nu in de eerste plaats aan de voorzitter van de Eerste Kamer om een andere plek te vinden voor de jaarlijkse plechtigheid. [3] 
    • De ontwikkeling van het gebied met luchthaven biedt ca 50% meer werkgelegenheid dan bij het plan zonder luchthaven en daar heeft de regio Twente veel behoefte aan. Daarnaast kan Twente bij behoud van voldoende luchthavencapaciteit een belangrijke ondersteunende rol vervullen in het accommoderen van vliegverkeer op Eindhoven en Lelystad. [4] 
    • "Politici moeten niet steeds kijken naar de Europese Centrale Bank om nog meer te doen." Volgens Dijsselbloem is de ECB "al heel ver gegaan in het accommoderen van het economisch herstel". Het is de hoogte tijd om te kijken hoe de landen meer kunnen doen "in de reservetijd die de ECB ons heeft gegeven", aldus Dijsselbloem. [5] 
  2. (anatomie) het aanpassen van de bolling van de ooglens om een scherp beeld op het netvlies te krijgen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen