accommodeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·com·mo·deer·de

Werkwoord

vervoeging van
accommoderen

accommodeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van accommoderen
    • Ik accommodeerde. 
    • Jij accommodeerde. 
    • Hij, zij, het accommodeerde.