aardewerk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aar·de·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aardewerk aardewerken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aardewerk o

  1. gebakken vaatwerk en sierstukken, gevormd uit aarde, klei of leem. Keramiek
    In Delft en Makkum werd veel aardewerk gemaakt.
    Wij hebben kopjes en borden van aardewerk terwijl mijn ouder porseleinen vaatwerk hebben.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie