aanwerven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·wer·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanwerven
wierf aan
aangeworven
klasse 3 volledig

Werkwoord

aanwerven

  1. in dienst nemen
    • Defensie zal minder mensen aanwerven. 
  2. (leden) winnen
    • Ieder jaar moet de ouderenomroep weer nieuwe leden aanwerven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.