aanwerven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·wer·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanwerven
wierf aan
aangeworven
klasse 3 volledig

Werkwoord

aanwerven

  1. overgankelijk in dienst nemen
    • Defensie zal minder mensen aanwerven. 
  2. overgankelijk (leden) winnen
    • Ieder jaar moet de ouderenomroep weer nieuwe leden aanwerven. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be