Naar inhoud springen

aantikken

Uit WikiWoordenboek
  • aan·tik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aantikken
tikte aan
aangetikt
zwak -t volledig

aantikken

  1. (sport) overgankelijk iemand of iets even verplicht tikken
  2. (sport) overgankelijk de finishlijn halen; het net bereiken van een bepaalde waarde
     Sinds die ochtend stijgt het kwik en tegen de middag zal het naar verwachting de dertig graden aantikken.[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. “Onder buren” (2021), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026356186
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be