aanstekelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ste·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanstekelijk aanstekelijker aanstekelijkst
verbogen aanstekelijke aanstekelijkere aanstekelijkste
partitief aanstekelijks aanstekelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

Bijwoord

aanstekelijk

  1. gemakkelijk op anderen overgaand
    (bijwoord) Hij kon heel aanstekelijk lachen waardoor iedereen in de klas ook moest gaan lachten.
    (bijvoeglijk naamwoord) Hij had een aanstekelijke lach waardoor iedereen in de klas ook moest gaan lachen.
Vertalingen