aandienen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·die·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aandienen
diende aan
aangediend
zwak -d volledig

Werkwoord

aandienen

  1. overgankelijk de komst melden van
    • Hij werd door een lakei aangediend bij de vorstin. 
    • Hij liet zich voor de laatste maal bij Koning Palet aandienen en vertelde hem, dat hij nu graag afscheid zou willen nemen van de Palettanen.[1] 
  2. wederkerend zich ~: op het toneel verschijnen
    • Hiermee diende zich een nieuw probleem aan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 114