aandienen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·die·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aandienen
diende aan
aangediend
zwak -d volledig

Werkwoord

aandienen

  1. overgankelijk de komst melden van
    • Hij werd door een lakei aangediend bij de vorstin. 
    • Hij liet zich voor de laatste maal bij Koning Palet aandienen en vertelde hem, dat hij nu graag afscheid zou willen nemen van de Palettanen.[1] 
  2. wederkerend zich ~: op het toneel verschijnen
    • Hiermee diende zich een nieuw probleem aan. 
     Hier en daar gaat het wel even heuvelaf, maar het is te kort om nieuwe energie te verzamelen. Verderop is een ruime zwier omhoog naar rechts, dit is wat renners een moordenaar noemen. Maar het lijkt er ook op dat zich daar de bevrijding aandient. Een strakblauwe hemel domineert in het blikveld, het is alsof de sparren respectvol uit zicht blijven. De weldaad van een kale vlakte volgt.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 114
  2. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant