aanbevelenswaardig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·ve·lens·waar·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aanbevelenswaardig aanbevelenswaardiger aanbevelenswaardigst
verbogen aanbevelenswaardige aanbevelenswaardigere aanbevelenswaardigste
partitief aanbevelenswaardigs aanbevelenswaardigers -

Bijvoeglijk naamwoord

aanbevelenswaardig

  1. een aanbeveling verdienend, navolgenswaardig
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Afrikaans

stellend attributief
aanbevelenswaardig aanbevelenswaardige

Bijvoeglijk naamwoord

aanbevelenswaardig

  1. aanbevelenswaardig