Naar inhoud springen

aanbesteding

Uit WikiWoordenboek
  • aan·be·ste·ding
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbesteding aanbestedingen
verkleinwoord aanbestedinkje aanbestedinkjes

deaanbestedingv

  1. (economie) werk dat wordt aangeboden en waar bedrijven zich voor kunnen melden met de voorwaarden waaronder ze dit werk willen verrichten
    • De aanbesteding van de bouw van het nieuwe gemeentehuis ging niet door. 
     "Bij de aanbesteding van windparken moet ecologie kernonderdeel zijn van de beoordeling", zei Jetten, die vandaag een werkbezoek bracht aan een groot park voor de kust van Zeeland.[2]
     Ik moet die aanbesteding nog lezen, de gemeente zit op onze offerte te wachten. En die moet vandaag de deur uit.[3]
    • Voor grotere projecten is een Europese aanbesteding verplicht. 
  2. (economie)een bedrag dat aan een nog te bereiken doel wordt besteed
    • Het gaat om een aanbesteding van meer dan € 100.000. 
100 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 17 mei 2022 Weblink bron “Jetten: belang natuur weegt zwaar bij aanleg windpark op zee” (16 mei 2022), NOS
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbesteding aanbestedings, aanbestedinge

aanbesteding

  1. aanbesteding