Schenkelgnoche
Uiterlijk
- Schen·kel·gno·che
- Afkomstig van deu: Schenkelknochen zn "schenkelbeen"
- Samenstelling van Schenkel zn "schenkel" en Gnoche zn "been"
| enkelvoud (onbepaald) |
enkelvoud (bepaald) |
meervoud (onbepaald) |
meervoud (bepaald) | |
|---|---|---|---|---|
| nominatief | en Schenkelgnoche | der Schenkelgnoche | Schenkelgnoche | die Schenkelgnoche |
| datief | me Schenkelgnoche | em Schenkelgnoche | Schenkelgnoche | de Schenkelgnoche |
| accusatief | en Schenkelgnoche | der Schenkelgnoche | Schenkelgnoche | die Schenkelgnoche |
Schenkelgnoche, m
- Beede Schenkelgnoche
Beide schenkelbenen
Categorieën:
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 14
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Pennsylvania-Duitse woorden naar herkomst uit het Duits
- Samenstelling in het Pennsylvania-Duits
- Zelfstandig naamwoord in het Pennsylvania-Duits
- Anatomie in het Pennsylvania-Duits