Muttertag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈmʊtɐtaːk/
Woordafbreking
  • Mut·ter·tag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
nominatief der Muttertag die Muttertage
genitief des Muttertag(e)s der Muttertage
datief dem Muttertag(e) den Muttertagen
accusatief den Muttertag die Muttertage

Eigennaam

Muttertag m

  1. (feest) Moederdag