Glockenspiel
Uiterlijk

- Glo·cken·spiel
Glockenspiel o
- (muziekinstrument) beiaard, carillon, klokkenspel, een verzameling klokken die op een manuaal worden bespeeld door een klokkenist, of door een mechaniek (speelwerk) automatisch worden aangeslagen
- (muziekinstrument) metallofoon, lyra, een verzameling gestemde metalen stroken die als bij een xylofoon, met mallets worden aangeslagen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | das Glockenspiel | die Glockenspiele |
| genitief | des Glockenspiel(e)s | der Glockenspiele |
| datief | dem Glockenspiel | den Glockenspielen |
| accusatief | das Glockenspiel | die Glockenspiele |
- [1] Carillon
- [2] Lyra, Metallofon, Metallophon
- [1] Glockenturm
- [2] Stabspiel