Eierhändler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ein Eierhändler
Een eierhandelaar

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ei·er·händ·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Duitse zelfstandige naamwoorden Eier (onzijdige vorm nominatief meervoud van Ei) en Händler met het achtervoegsel -er
Naar frequentie 207307
enkelvoud meervoud
nominatief der Eierhändler die Eierhändler
genitief des Eierhändlers der Eierhändler
datief dem Eierhändler den Eierhändlern
accusatief den Eierhändler die Eierhändler

Zelfstandig naamwoord

Eierhändler, m

  1. (beroep), (handel) eierhandelaar
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

Eierhändler

  1. datief mannelijk enkelvoud van Eierhändler

Eierhändler

  1. accusatief mannelijk enkelvoud van Eierhändler

Eierhändler

  1. nominatief mannelijk meervoud van Eierhändler

Eierhändler

  1. genitief mannelijk meervoud van Eierhändler

Eierhändler

  1. accusatief mannelijk meervoud van Eierhändler