Diets

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: diets


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Diets
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Diets -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Diets o

  1. (historisch) volkstaal uit het Germaanse dialectcontinuüm in de Lage Landen en Duitsland, in tegenstelling tot het Romaanse Latijn of Frans (Waals) dat door mensen met meer macht, rijkdom of opleiding werd gesproken
  2. (historisch) (taalkunde) overkoepelende term voor verschillende Middelnederlandse streektalen, o.m. Vlaamse, Brabantse en Limburgse (en later ook Hollandse), geschreven en gedrukt tussen 1200 en circa 1550.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Diets Dietser Dietst
verbogen Dietse Dietsere Dietste
partitief Diets Dietsers -

Bijvoeglijk naamwoord

Diets

  1. (historisch) (taalkunde) behorend tot het Middelnederlands
  2. (geschiedenis) (20e eeuw) betrekking hebbend op alle, historisch Nederlandstalige gebieden, omvattende Nederland, Vlaanderen, Luxemburg en Frans-Vlaanderen (het zgn. Dietsland).
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Iemand iets diets maken
iemand iets wijs (duidelijk) maken
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen