Naar inhoud springen

Brand

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: brand
  • Brand
  • Afkomstig uit het Middelhoogduits en Oudhoogduits
enkelvoud meervoud
nominatief der Branddie Brände
genitief des Brandes
des Brands
der Brände
datief dem Brandden Bränden
accusatief den Branddie Brände

Brand, m

  1. bosbrand
    «Die größte Bedrohung durch einen Brand für Menschenleben sind nicht so sehr die Flammen, sondern der Rauch und heiße (Rauch-)Gase.»
    De grootste bedreiging van een brand voor mensenlevens zijn niet zozeer de vlammen, maar de rook en hete (rook)gassen.
  2. (medisch) een ziekte
  3. andere betekenissen
  • [1]: in Brand: geraten, setzen, stecken
  • [1]: Brand: ausbrechen, ausbreiten, bekämpfen, entstehen, löschen