bosbrand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een bosbrand

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·brand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bosbrand bosbranden
verkleinwoord bosbrandje bosbrandjes

Zelfstandig naamwoord

bosbrand m [1]

  1. (bosbouw) brand van of in een bos
    • Vorig jaar hadden we op Tenerife weer veel last van bosbranden aangestoken door pyromanen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen