zwijn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwijn
enkelvoud meervoud
naamwoord zwijn zwijnen
verkleinwoord zwijntje zwijntjes

Zelfstandig naamwoord

zwijn o

  1. (dierkunde) een varken
  2. (scheldwoord) een viezerik
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zwijnen

zwijn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijnen
    Ik zwijn.
  2. gebiedende wijs van zwijnen
    Zwijn!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijnen
    Zwijn je?

Meer informatie