zwijn
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwijn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwijn | zwijnen |
| verkleinwoord | zwijntje | zwijntjes |
Zelfstandig naamwoord
zwijn o
- (dierkunde) een varken
- (scheldwoord) een viezerik
Verwante begrippen
- zeug, big, beer, varken, everzwijn, wrattenzwijn, waterzwijn
Vertalingen
1. een varken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zwijnen |
zwijn
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijnen
- Ik zwijn.
- gebiedende wijs van zwijnen
- Zwijn!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijnen
- Zwijn je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.