varken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- var·ken
Woordherkomst en -opbouw
- Van Middelnederlands varken; gaat terug op een Germaanse wortel *farha-. Verwant aan Latijn porcus «tam varken», Middeliers orc en Pruisisch prastian «big». Gaat terug op Indo-Europees *porḱo-s «big» mogelijk verwant aan een wortel *perḱ- die woelen, openkrabben betekent.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | varken | varkens |
| verkleinwoord | varkentje | varkentjes |
Zelfstandig naamwoord
varken o
- (veeteelt) een tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees behorend tot de familie Suidae

- (scheldwoord) een ongemanierd persoon
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- zeug, big, beer, zwijn, barg
- veeteelt, beest, bio-industrie, boerderijdier
Vertalingen
1. een tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees
2. (scheldwoord) een ongemanierd persoon
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.