zever

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ze·ver

Werkwoord

vervoeging van
zeveren

zever

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeveren
    Ik zever.
  2. gebiedende wijs van zeveren
    Zever!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeveren
    Zever je?
enkelvoud meervoud
naamwoord zever zevers
verkleinwoord zevertje zevertjes

Zelfstandig naamwoord

zever

  1. iemand die schier eindeloos over onbelangrijke details blijft praten
    Ik krijg echt die kriebels van die zever!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen