zeef

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeef
enkelvoud meervoud
naamwoord zeef zeven
verkleinwoord zeefje zeefjes

Zelfstandig naamwoord

zeef v/m

  1. een voorwerp met veel gaatjes voor het scheiden van een vloeistof of fijn poeder van de zich de daarin bevindende grotere vaste delen.
    Heb je een zeefje voor de theeblaren?
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen