zeef
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zeef
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zeef | zeven |
| verkleinwoord | zeefje | zeefjes |
Zelfstandig naamwoord
- een voorwerp met veel gaatjes voor het scheiden van een vloeistof of fijn poeder van de zich de daarin bevindende grotere vaste delen.
- Heb je een zeefje voor de theeblaren?