gedoe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·doe
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de stam van doen met het voorvoegsel ge-
enkelvoud meervoud
naamwoord gedoe -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gedoe o

  1. een geheel van omslachtigheden
    Dat gedoe hangt me al tijden de keel uit.
Synoniemen