speeksel

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speek·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord speeksel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

speeksel o

  1. vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren.
    Speeksel wordt gemaakt in de speekselklieren.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen