zaalhockey

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaal·hoc·key
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaalhockey -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zaalhockey o

  1. hockey dat wordt gespeeld in een zaal
    Het zaalhockey kon toch doorgaan, ondanks de slechte weersomstandigheden.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen