-heid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| Huidig bestand |
|---|
| 212 |
Uitspraak
- IPA: /-ɦɛɪt/
Woordafbreking
- -heid
Woordherkomst en -opbouw
- Van het proto-Germaans *khaidus « eer, waardigheid van ». Het woord is allengs tot achtervoegsel geworden en heeft daarbij zijn oorspronkelijke betekenis verloren.
Achtervoegsel
-heid v
- een achtervoegsel van hoedanigheid dat van een bijvoeglijk een vrouwelijk zelfstandig naamwoord maakt