voorstel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·stel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorstel | voorstellen |
| verkleinwoord | voorstelletje | voorstelletjes |
Zelfstandig naamwoord
voorstel o
- hetgeen dat voorgesteld wordt
- Hij deed hem een voorstel.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. hetgeen dat voorgesteld wordt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| voorstellen |
voorstel
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorstellen
- ... dat ik voorstel.