voorstellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·stel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorstellen
stelde voor
voorgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

voorstellen

  1. (ditransitief) het voorleggen van een idee aan iemand
    Ik stelde hem voor om naar de bioscoop te gaan.
    Zij kregen een andere betalingswijze voorgesteld.
  2. (overgankelijk) het geven van een beeld van iets
    Dat werd voorgesteld alsof het een geheel nieuw idee was.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

voorstellen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord voorstel