voordeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·deel
enkelvoud meervoud
naamwoord voordeel voordelen
verkleinwoord voordeeltje voordeeltjes

Zelfstandig naamwoord

voordeel o

  1. profijt.
    De onrust op de aandelenmarkt was in zijn voordeel.
  2. aangename eigenschap
    Een voordeel van een motorfiets is het lage benzineverbruik per kilometer.
  3. (tennis) term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de winst van een game
    De befaamde Belgische tennister serveerde met voordeel voor de wedstrijd.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen