voordeel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·deel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voordeel | voordelen |
| verkleinwoord | voordeeltje | voordeeltjes |
Zelfstandig naamwoord
voordeel o
- profijt.
- De onrust op de aandelenmarkt was in zijn voordeel.
- aangename eigenschap
- Een voordeel van een motorfiets is het lage benzineverbruik per kilometer.
- (tennis) term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de winst van een game
- De befaamde Belgische tennister serveerde met voordeel voor de wedstrijd.
Vertalingen
1. profijt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.