verliezen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ver·lie·zen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verliezen |
verloor |
verloren |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
verliezen
- (overgankelijk) iets kwijt raken
- In 2009 heeft de politieke partij vijf procent van haar leden verloren.
- (inergatief) niet winnen
Synoniemen
- [1]: kwijtraken, kwijtspelen
Vertalingen
1. iets kwijt raken
2. niet winnen
Zelfstandig naamwoord
verliezen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verlies