opgeven

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van geven met het voorvoegsel op-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opgeven
gaf op
opgegeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

opgeven

  1. de strijd staken en zich gewonnen geven.
    Na die verkeerde zet zag de beroemde schaakspeler zich gedwongen op te geven.
  2. een in- of uitgavepost vermelden.
    Deze kleine inkomsten hoeven niet opgegeven te worden op uw belastingbiljet.
  3. hoog ~ over: de loftrompet steken over iet of iemand
    Hij gaf hoog op over die toespraak van Obama.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen