verbeuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·beu·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbeuren
verbeurde
verbeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

verbeuren

  1. (overgankelijk) het recht op iets verliezen
    Hij verbeurde daarmee zijn leven.
Vertalingen