harden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- har·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| harden |
hardde |
gehard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
harden
- (overgankelijk) (metallurgie) hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
- (overgankelijk) (figuurlijk) psychisch tegen moeilijkheden bestand maken
- De kostschool hardde de jongen en bereidde hem voor op een loopbaan in het leger.
- het, iets ~ iets verduren
- De stank was niet te harden
- (ergatief) het proces van hard worden van een hars, lijm enz
- Het mengsel is nog niet goed gehard.
- (wederkerend) zich ~; zichzelf meer weerstand verschaffen
- Hij hardt zich voor de komende wedstrijd.
Vertalingen
1. hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Metallurgie in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands